Nieuws
07 januari 2004
Tentoonstelling "De verloren lotuskruisen" verlengd
Rijksmuseum voor Volkenkunde heeft de galerij tentoonstelling De verloren Lotuskruisen: Wrijfprenten en foto's van Chinese grafstenen verlengd tot 26 juni 2005. De tentoonstelling geeft een overzicht van nestoriaanse grafstenen in Binnen-Mongolie en de grafroof die daar plaats vindt en bestaat uit foto's en wrijfprenten.
Persbericht
Staan er bijna dagelijks berichten over mislukte integratie en geloofsconflicten
in de krant, in het Rijksmuseum voor Volkenkunde zijn nog het hele jaar een
aantal opmerkelijke bewijzen van vroege integratie en stijlvermenging te zien.
Wrijfprenten en foto's van eeuwenoude grafstenen, gevonden in China en afkomstig
van volgelingen van de Kerk van het Oosten tonen een bijzondere iconografische
mix. Boeddhistische lotusbloemen, christelijke symbolen als kruisen en wijnranken
staan gebroederlijk naast typisch Chinese draken en wolkenpartijen.
De graven dateren uit de dertiende eeuw, toen een kleine groep volgelingen
van de Kerk van het Oosten Mongolik en China introk. De grafstenen zijn bijna
niet meer terug te vinden op hun oorspronkelijke plek, maar wel op boerenerven.
Dat komt omdat in een steppegebied, waar weinig bomen groeien en bouwmateriaal
schaars is, ieder stuk steen al snel een kostbaar goed wordt. De grafstenen
werden dan ook door boeren verzameld die ze in de fundamenten en muren van hun
boerderijen verwerkten. Een ander lot dat de graven trof is plundering en roof.
In de vorige eeuw namen deze praktijken een grote vlucht. Ook vandaag de dag
nog verkopen grafrovers muntjes, porseleinen kommen en andere aardewerken grafgiften
aan langstrekkende handelaren. Uiteindelijk belanden de voorwerpen veelal in
handen van westerse kunsthandelaren; de prijzen liggen daar flink hoger dan
in China zelf.
Het zijn niet alleen professionele grafrovers die de graven plunderen. Door
de droge zomers en strenge winters van de afgelopen tijd hebben veel herders
hun vee verloren en zijn de oogsten mislukt. Omdat er toch brood op de plank
moet komen, zijn boeren en herders de grafheuvels gaan plunderen. Veel historisch
waardevolle informatie over de Chinese Kerk van het Oosten dreigt daarmee voorgoed
verloren te gaan. Het documenteren van dit bijzondere erfgoed is dan ook belangrijker
dan ooit.
In 2001 vond de onderzoeker Tjalling Halbertsma in Binnen-Mongolik een aantal
van de stenen waarvan de afdrukken nu in het museum te zien zijn en sinds 2003
documenteert hij met steun van de Leidse Hulsewi-Wazniewski Stichting deze stenen
door er wrijfprenten en foto's van te maken.
Wrijfprenten worden gemaakt door vellen papier op de stenen inscripties te drukken,
waarna het papier met inktkussens zwart wordt gemaakt. Alleen het papier dat
in de inscripties is gedrukt, blijft wit en zo ontstaat er een 'positieve' afdruk.
Het verhaal van de vroege christenen en de geroofde graven in China vertelt
Tjalling Halbertsma in zijn boeken 'De
verloren lotuskruisen' (Altamira-Becht
2002) en 'Steppeland' (Dominicus
2003), ook verkrijgbaar in de museum boekwinkel.


